De eikenprocessierups gaat s’nachts in groepsverband – in processie – opzoek naar voedsel (eikenbladeren). In april 2016 zijn de eikenprocessierups uit de eitjes gekomen. Dit betekent dat medio mei vooral mensen en huisdieren hier overlast aan kunnen ondervinden.

De brandharen veroorzaken klachten

Het zijn voornamelijk de brandharen van de rups die een gevaar voor mens en dier vormen. Deze haren zijn 0,2 tot 0,3 mm lang en elke rups heeft hier honderdduizend tot een miljoen van. De haren zijn pijlvormig, die bij bedreiging worden afgeschoten. Zo kunnen ze makkelijk in de huid, ogen en luchtwegen binnendringen. Je hoeft de rupsen niet aan te raken om in contact te komen met de brandharen, ze kunnen namelijk gemakkelijk via de wind worden verspreid. De haren blijven ook na het vertrek van de rupsen in de nesten, die aan de stammen en takken hangen, waardoor ze na het verloop van jaren zelfs nog overlast kunnen veroorzaken.

U kunt te maken krijgen met o.a. ademnood, ontstoken ogen, jeukbultjes en soms zelfs koorts of longontsteking. Ook kunt u duizeligheid of braken als klacht ondervinden. Tevens zijn de klachten voor huisdieren (honden specifiek) gevaarlijk.

Overlast

In het zuiden van het land verschijnen de eerste rupsen met brandharen rond 12 mei. In het noorden is dat rond 21 mei. De nesten zullen in het zuiden in de laatste week van mei zichtbaar zijn. In het noorden is dit begin juni.

Op grond van de laatste waarnemingen is de verwachting dat de overlast van de rupsen niet groter zal zijn dan voorgaande jaren. De rupsen zijn uitgekomen en sterk afhankelijk van het beschikbare voedsel (eikenbomen). Zolang de knoppen van de eik niet open gaan, blijven de rupsen nog in hun larve stadium. Ook zijn ze makkelijk prooi voor natuurlijke vijanden zoals mezen, gaasvliegen of de gestreepte eikenblindwantsen.

Wat kunt u doen?

Wanneer u in contact bent gekomen met de eikenprocessierups is het wenselijk om niet te krabben of te wrijven op de huid. Het is beter om de huid / ogen te spoelen met water. Klachten kunnen na twee weken verdwijnen. Bij ernstige klachten van uzelf of uw huisdier kunt u contact opnemen met uw arts en/ of dierenarts.

Meer informatie?

Kijk voor meer informatie op de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.